PROJECT 05.E.PRO.05
18a VERBEELDE HERINNERINGEN
BLINDDRUK
SCHILDERIJTJE 18a ACHTER ACRYLGLAS
PLATTEGROND
HET VERVAL
TEKENING 18a
In het verdwijnend contrast van de late schemering geeft de avondzon de straat een betoverd aanzien. Slechts één man lijkt nog deelnemer te zijn van de omgeving. Zijn aanwezigheid doorbreekt even de onwerkelijke, bijne verstilde sfeer in de staat. Hij staat in gedachten verzonken, verleden en heden gaan op een vreemde wijze in elkaar over.
Lopend door de buurt, staat hij hier en daar even stil, kijkt naar de huizen waar de bewoners van toen hebben gewoont. Hij ziet het verval en de verandering, huizen die vermoeid tegen elkaar leunen en wachten op de sloper. De straat waarop zaterdag de auto's gewassen worden , de school, de kerk. Van de Noordsingel tot aan het 'muizengaatje'.
Aangekomen op de Willemskade, aan de overkant nemen in die periode vele Nederlanders hun herinneringen mee naar het land van hun dromen: 'The American Dream'. Een aantal komen jaren later gedesillusioneerd terug. Dit indrukwekkend schouwspel is altijd erg facinerenrd om te zien, al die komende en gaande mensen over de loopplanken van de passagiersschepen. Gesjouw met kinderen, bagage en de ingehouden weemoed van het afscheid nemen. Dagdromen aan de Willemskade, de 'Lodaboot' ligt afgemeerd bij het karakteristieke gebouw van de Holland Amerika Lijn, als symbool van de jaren van toen. Het vermaak in de straat, de buurt en haar bewoners, dit is zijn wereld in een onbevangen periode die zijn jeugdjaren kleur geven. Als filosoof van de straat weet hij, dat vele herinneringen vervagen, het zal wel te maken hebben met de afstand van toen naar nu. Rotterdam, het Oude Noorden en de buurt, de oude huizen hebben plaats gemaakt voor nieuwbouw. Huisnummer 18a is verdwenen.
Met afstand van deze herinneringen maakt de gedachten aan toen bijna poëtisch. De verbeelde herinneringen, ze worden nu bewaard in dit kunstproject.
LODABOOT
TEKSTEN BIJ DE 14 ETSEN
18a
Een huis in Rotterdam in de stadswijk het Oude Noorden. Gebouwd in 1886 of wat later, was een zgn. alkoofwoning, ook wel een voor-, tussen-, en achter-woning genoemd. Alles was er klein en het had geen enkele luxe. De huizen hadden toen al de geur van oud. De voorkamer was er alleen voor de zondag, in de tussenkamer werd geslapen op een opklapbed. Het dagelijks leven speelde zich in de achterkamer af, hier werd geslapen op een dubbel divanbed, naar de radio geluisterd, de was ge-droogd, gegeten en de wekelijkse wasbeurt gedaan in een zinken teil. De keuken, een zeer kleine ruimte waar je letterlijk je „kont“ niet kon keren, was tevens ook de doorgang naar het plaatsje. Hier stond een schuurtje waar zonder uitzondering de was werd gedaan, een kolenhok en soms ook nog wat vogels in een kooitje. De gang waar ook de was gedroogd werd bij slecht weer, was tevens stalling voor een fiets, de wc zat onder de trap van de bovenburen. Een voordeur met een gietijzeren rooster en met een draairaam aan de binnenzijde; dit was zijn huis op 18a.
de muur
Het uitzicht vanuit de achterkamer was op een blinde muur, je had geen inkijk van de buren. Met een schuine blik naar rechts, keek je in een hofje waar je een boom zag staan; een gouden regen bracht de natuur iets dichterbij. De paar huizen daar achter waren begroeid met klimop. Dat zorgde voor een mooi contrast met de kale muur. Voor zover het zonlicht erbij kon komen en daardoor meer licht in de achterkamer te krijgen, werd de muur wit geschilderd tot zover je arm kon reiken. De muur was ook een soort klankbord voor de muziek in de zomertijd. Bij warm weer stonden de ramen van de boven buren omhoog geschoven, de radio iets harder en Connie Francis zong met een snik in haar stem, Who Sorry Now?... Door de muur was haar stemgeluid heel erg dichtbij. Vele jaren later zag ik haar in Little Italy New York, tijdens het feest van San Gennaro, beschermheilige van Napels. De geschiedenis van de muur kwam weer even terug in mijn gedachten...
granaatscherf
In het bovenlicht van het glas-in-loodraam met de kleuren van rood en groenachtig geel, zat linksboven een gaatje. Het verhaal gaat dat tijdens het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 rond 13.30 uur, een granaatscherf tegen het bovenlicht aan kwam. Als je er naar keek had het iets magisch, als kind was dit het bewijs van de oorlog. Het gaatje werd soms ook gebruikt als voorbeeld in de opvoeding. Een blik naar het gaatje als je je bord niet leeg had gegeten: ‚“in de oorlog hadden de mensen“... Het gaatje heeft er nog lang gezeten en de scherf blijft voor altijd verbonden met het bovenlicht en het verhaal over de oorlog. De granaatscherf ligt nu in een kastje met herinneringen, toch verwonderlijk dat deze kleine scherf na al die jaren bewaard is gebleven. Het was een klein fragment in de wereld van toen, maar de symbolische waarde is nog steeds enorm.
ornament
Zondagmiddag, de dag dat de voorkamer bewoond werd. Hier kreeg je het ware zondagsgevoel en vooral in de wintertijd. Stilte op straat, binnen stond de radio op Belcanto muziek en alles was in gelaten rust, de zondag hadden de mensen echt verdient. Naar buiten bestond alleen bij goed weer, je ging dan een eindje wandelen. Dit werd aangekondigd met de woorden: „kom, we gaan een straatje om“. Denkend aan de Maandag, “lag je onderuit gezakt“ in een fauteuil, enigszins verveeld door de ruitjes van het glas-in-loodraam te kijken van het bovenlicht. Als geboeid en met wat toegeknepen ogen door het glas bleef turen, zag je het ornament boven de buiten deur van huis 17b. Wat wazig, maar door de kleuren van de ruitjes leek het wel of het altijd zomer was. Ook op de zondagen dat de regen met bakken uit een loodgrijze hemel viel. Een lichte sfeer in een wat treurige straat. In je verbeelding fantaseerde je dat het gezicht af en toe bewoog en dat het ook naar jou kon kijken. Lazy Sunday Afternoon, je was blij als het weer maandag was en je naar buiten kon.
waterstokerij
De waterstokerij en de groenteboer P. Groenedijk gaven fleur aan de buurt. Voor Pol en Stien was de maandag, een drukke dag, die begon eigenlijk al op Zondagavond, dan werd de waterketel gevuld en warm gestookt. Op maandagmorgen werd er warm water gehaald voor de was, je zag dan veel vrouwen sjouwen met twee emmers water. De winkel was een kleine verkoopruimte meteen doorgang naar het pakhuis, daar lagen de kolen, de gehakte houtjes en stonden de vaten met petroleum met daarop een handpomp. De geur van het pakhuis ruik ik nog. De snoepbak met glazen deksel was er speciaal voor de kinderen. Het was een soort “gezinswinkel“, waar iedereen elkaar min of meer kende. Als er geen geld was om te betalen werd het opgeschreven, de schuld werd dan in de meeste gevallen weer betaald aan het einde van de week: “zaterdagmiddag, is alles voorbij, dan zijn er weer centjes, dus moeder lacht blij! Dan kan ze weer halen en alles betalen, 't Is even voorbij, met de uitkienerij“ !
bakfiets
Woensdagmiddag en vrij van school ging je soms met de step naar de Noordsingel hoek Bergweg, voor een ritje naar Hillegersberg bovenop de „kerrie“. Het woord kerrie was toen het gewone woord voor bakfiets, „carrier“ was in Rotterdam niet zo bekend. Bovenop de kerrie had je een vrij uitzicht, en dat het gevaarlijk kon zijn, speelde toen helemaal geen enkele rol. Door het „muizengaatje“ de Straatweg op. Het was een tijd dat de bakker aan de deur kwam en bij geen gehoor met een „loper“ de voordeur open kon maken, er lag dan een vaak een briefje met boodschappen en zo niet, wist de bakker wel wat nodig wat er nodig was. Voor de nog even niet betalende klant werd de schuld dan opgeschreven. Het was een vast ritueel om `s avonds de opmerking te horen: even mijn boekje bij werken.
het buurmeisje
18b, hier woonde het buurmeisje samen met haar ouders broer en zus. Het huis was het zelfde alleen ze keken niet tegen een muur, maar recht in het hofje. De huizen hadden allemaal een plaatsje achter, die door een schutting waren afgescheiden. Als je op het trapje -van de keuken naar het plaatsje- stond kon je elkaar roepen en vragen of we buiten gingen spelen. Met veel fantasie en weinig speelgoed hadden we de grootste lol. Samen om een boodschap in het Zwaanshals of om snoep bij de waterstoker. Aan deze leuke tijd kwam een einden, toen ze verhuisden naar een andere gedeelte van de stad. Het werd een stuk stiller op nummer 18b. Ik keek vanaf toen nooit meer over de schutting. Je begreep pas later dat afscheid nemen er ook bij hoort.
tussen de rails
Op een mooie zomerdag een ijsje halen bij ijssalon Joop met de centen van Flip. Flip kon iets wat niemand anders kon; onder invloed van alcohol op z`n hoofd staan! Moeilijk te been, maar ogenschijnlijk eenvoudig zag je Flip regelmatig op de rand van de stoep of tussen de tramrails op z`n hoofd staan. Met verbazing en vol bewondering keken we er als kind naar en in mijn beleving kon hij dit erg lang volhouden. Na afloop van de voorstelling zei hij dan met zijn rauwe stemgeluid: „gaan jullie maar een ijsje halen en zeg dat het van dronken Flip is“. Al het geld wat uit de jaszakken van Flip was gevallen, mocht je oprapen en Joop deelde de ijsjes uit. Ondanks zijn „slorperig“ leven kon hij goed met kinderen opschieten. Het was in mijn ogen echt straattheater, de voorstelling was gratis en je kreeg nog een ijsje toe. Boulevard of Broken Dreams, voor mij was Flip de eerste straatkunstenaar.
de markt
Naar de markt op het Noordplein met vriendjes uit de buurt. Het was er altijd een drukte van belang op dit volksplein. Er waren altijd veel markt en- café bezoekers die zich over alles en nog wat, druk maakten, ze waren van alle markten thuis. Er was van alles te koop maar vooral groente en fruit, soms, „kreeg“ je een appeltje dat je dan op een veilige afstand stond op te eten, het gaf je een beetje
een Pietje Bell- gevoel. Het was ook het markt geluid en het geroezemoes met daar bovenuit de standwerkers, die iedereen wijs maakten dat het leven een stuk leuker zou worden als je hun waar kocht. Het was een markt om „groos“ op te zijn. Na afloop van de markt zocht je met je vriendjes tussen de achter gebleven rommel, in de hoop dat er iets bij lag wat je kon gebruiken. Meestal zonder enig resultaat. Immer tevreden ging je dan samen weer naar huis en hoopte je dat je na het eten weer naar buiten mocht.
zaterdag
Zaterdag, vroeg uit je bed om de auto’s te gaan wassen van de winkeliers in het Zwaanshals. Gewapend met spons en zeem, een borstel, emmer en vooral niet te vergeten een bus Vim voor de banden met brede witte zijvlakken. En Peugeot 203, Ford Fairlaine, Cadillac, Chevrolet Impala, Buick, Renault 4 cv, Opel Olympia, ..... stonden te wachten op een wasbeurt. Sjef Theunis, zoon van André en Marie Theunis - Liesker, hadden een chocolaterie winkel in het Zwaanshals. Het auto’s wassen werd door Sjef gedaan en omdat er meer auto’s bij kwamen, mocht ik om een zakcentje bij te verdienen, Sjef helpen. Ik keek altijd erg naar de zaterdag uit, het was ook in mijn beleving ook erg belangrijk werk. Zomer en winter, warm of erg koud, het was altijd erg leuk om dit samen met Sjef te doen. Sjef werd jaren later, algemeen directeur van de Nederlandse Organisatie voor Ontwikkelingssamenwerking NOVIB. Op 24 mei 1993 is hij in
Tunis, Tunesië, overleden op 51-jarige leeftijd.
de school
s.v.p. dit rapport zindelijk houden
de kerk
Een geloof verzin je niet zelf, je krijgt het als een vanzelfsprekende waarheid mee. In die jaren speelt het leven zich af binnen de zuilen. Levensbeschouwelijke en sociale klassen waren verdeeld in katholieke, sociaal democratische, liberale, communistische en de protestantse klasse. Binnen de zuilen had iedereen zijn eigen vakbond, politieke partij, school, ziekenhuis, omroep en vereniging. Met de jaren veranderde dit beeld en werden we ons steeds meer bewust van de soms zeer nadelige invloed van een geloof. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een besef van eigen keuze en is er op grote schaal formeel van het geloof, afstand genomen.
pijnackerplein
Het Pijnackerplein is een rechthoekig plein met mooie grote huizen rondom. Doordat de financieel beter gesitueerden zich deze huizen konden veroorloven, is er altijd goed onderhoud geweest. De prachtige muziektent werd in 1911 door bouwmeester Nederlof ge-bouwd. Hoogtepunt op het plein was in die tijd de Koninginnedag, er werd dan uitbundig feest gevierd. De Kromme Wiekstraat en
de Rietvinkstraat waren op die dag ook altijd versierd, er waren dan veel mensen op de been, die op de muziek van, Doris Day, Frankie Laine, Pat Boone, Bill Haley & his Comets, enz,... aan het dansen waren. Als je in de muziektent met vriendjes stond en het was niet te druk op het plein, gaf je een hele voorstelling aan massa's mensen die alleen voor jou kwamen, het is altijd bij die fantasie gebleven.
noorderbrug
De Noorderbrug over de Rotte werd gebouwd in 1910-1911 op de fundering van zijn voorganger. Hij is 40 meter lang en 20 meter breed met vijf overspanningen, waarvan 4 getoogd. De vaste brug bestaat uit beton en baksteen metselwerk, afgewerkt met natuur-steen en een hekwerk van smeedijzer. Het wegdek van de brug glooit langzaam omhoog, eenmaal over de brug ging je richting de “stad“. Maar het dagelijks leven speelde zich grotendeels af voor de brug. De buurt had zo zijn eigen herkenbare sfeer, je was erg gericht op je directe leefomgeving, jouw buurt, het Oude Noorden.
14 ETSEN
18a
de muur
granaatscherf
ornament
watersokerij
bakfiets
buurmeisje
tussen de rails
de markt
zaterdag
de school
de kerk
pijnackerplein
de noorderbrug